Bij een tennisarm helpen rekoefeningen voor je polsstrekspieren, samen met rustig opbouwende kracht. Je begint statisch (isometrisch) om de pees te ontlasten en bouwt daarna op met langzame, excentrische oefeningen. Doe 2 sets van 10, een paar keer per week, en blijf net onder je pijngrens.
Een tennisarm (tenniselleboog) zit aan de buitenkant van je elleboog, op de plek waar de strekspieren van je pols en vingers aan het bot vastzitten. Door overbelasting raakt die aanhechting geprikkeld en voel je pijn bij grijpen, tillen of je pols naar achteren buigen. Goed nieuws: bij 8 van de 10 mensen is een tennisarm binnen een half jaar over, en de juiste oefeningen vormen daarbij de basis.
Werken rekoefeningen echt bij een tennisarm?
Ja. Oefentherapie is de kern van het herstel bij een tennisarm. Volgens Thuisarts.nl begint en eindigt vrijwel elke aanpak met rek- en krachtoefeningen voor de polsstrekspieren. Het rekken houdt de spier en pees soepel, terwijl rustige krachtoefeningen de pees stap voor stap belastbaarder maken.
Belangrijk om eerlijk te zijn: oefeningen versnellen je herstel niet gegarandeerd van de ene op de andere week. Een tennisarm heeft tijd nodig. Wat oefeningen wel doen, is de pees prikkelen om sterker te worden en je arm geleidelijk weer wennen aan belasting. Dat is precies wat de meeste klachten op de lange termijn rustiger maakt.
Verschil tussen een tennisarm en een golferselleboog
Beide klachten lijken op elkaar, maar zitten aan een andere kant van je elleboog:
- Tennisarm (tenniselleboog) zit aan de buitenkant van de elleboog. Het gaat om de strekspieren (extensoren) van je pols en vingers. Je voelt het vooral bij je pols naar achteren buigen en bij grijpen.
- Golferselleboog zit aan de binnenkant van de elleboog. Hier gaat het om de buigspieren (flexoren). De aanpak is vergelijkbaar, maar je rekt en versterkt dan de buigspieren in plaats van de strekspieren.
De oefeningen hieronder richten zich op de tennisarm. Heb je klachten aan de binnenkant? Dan draai je de rekrichting van je pols om en train je de buigspieren op dezelfde manier.

Rekoefeningen en krachtoefeningen bij een tennisarm
Hieronder staan zes oefeningen die je thuis kunt doen, opgebouwd van rekken naar kracht. Begin rustig en let goed op hoe je arm de dag erna reageert. Lichte pijn tijdens het oefenen mag, scherpe pijn niet.
- Rek je polsstrekspieren. Strek je arm recht voor je uit, handpalm naar beneden. Pak met je andere hand je vingers vast en buig je pols rustig naar beneden, richting je lichaam, tot je een rek voelt aan de bovenkant van je onderarm. Houd dit 20 tot 30 seconden vast, 3 keer. Let op: je zoekt rek, geen pijnscheut.
- Rek je polsbuigspieren. Strek je arm uit met de handpalm omhoog. Trek je vingers met je andere hand rustig naar beneden tot je rek voelt aan de binnenkant van je onderarm. Houd 20 tot 30 seconden vast, 3 keer. Deze rek houdt je onderarm in balans en is ook de basisrek bij een golferselleboog.
- Statische (isometrische) polsstrek. Leg je onderarm op een tafel met je hand over de rand, handpalm naar beneden. Geef met je andere hand lichte tegendruk en duw je pols rustig omhoog zonder te bewegen. Houd die spanning 30 tot 45 seconden vast. Deze statische vorm ontlast de pees en verzacht de pijn in de beginfase. Doe 3 tot 5 herhalingen.
- Langzaam zakken (excentrische polsstrek). Zit met je onderarm op je dij of een tafel, hand over de rand, handpalm naar beneden, een lichte halter of gevulde fles (0,5 tot 1 kg) in je hand. Til je pols omhoog (help eventueel met je andere hand) en laat hem daarna heel langzaam in 3 tot 4 tellen zakken. Dat langzame zakken is het werkzame deel. Doe 2 sets van 10. Verhoog het gewicht pas als het pijnvrij gaat.
- Draaien van je onderarm (supinatie en pronatie). Leg je onderarm op tafel en houd een hamer of gevulde fles aan het uiteinde vast. Draai langzaam van handpalm-omhoog naar handpalm-omlaag en terug. Doe 2 sets van 10. Dit traint de draaibeweging die je bij veel dagelijkse taken gebruikt.
- Knijpkracht onderhouden. Knijp een zachte bal of een opgerolde handdoek 5 seconden stevig vast en laat dan los. Herhaal 10 tot 15 keer. Zo houd je je grijpkracht op peil zonder de elleboog zwaar te belasten.
Hoe vaak en hoe zwaar? Doe deze oefeningen ongeveer 3 keer per week, met 24 tot 48 uur rust ertussen. Werk langzaam en gecontroleerd, 2 sets van 10 per krachtoefening. Start met een belasting die je nog net pijnvrij aankunt. Check de dag erna hoe je arm aanvoelt: blijft de pijn gelijk of zakt hij, dan mag je rustig opbouwen. Verergert de pijn 24 uur later, dan doe je een stap terug.
Wanneer kun je beter niet (of voorzichtig) rekken?
Rekken en oefenen helpt bij de meeste tennisarmen, maar niet in elke situatie. Wees voorzichtig of wacht even in deze gevallen:
- Bij een felle, acute pijn of een net opgelopen blessure. Geef je arm dan eerst een paar dagen relatieve rust voordat je begint met oefenen.
- Bij zwelling, roodheid of warmte rond de elleboog. Dat kan op iets anders wijzen dan een gewone tennisarm. Laat het eerst nakijken.
- Boven je pijngrens. Doorzetten door scherpe pijn maakt het herstel niet sneller en werkt vaak averechts. Blijf in de zone die nog net comfortabel is.
Wanneer ga je naar de huisarts of fysiotherapeut?
Een tennisarm gaat meestal vanzelf over, maar soms is het verstandig om er iemand naar te laten kijken. Maak een afspraak bij je huisarts of fysiotherapeut als:
- je veel pijn houdt ondanks rust en pijnstillers;
- je je arm niet goed durft of kunt gebruiken, of je werk eronder lijdt;
- er zwelling, roodheid of een krakend gevoel in je elleboog bij komt;
- de pijn in je hele onderarm gaat zitten of uitstraalt;
- er na enkele weken oefenen geen enkele verbetering is.
Een fysiotherapeut kan je oefenschema persoonlijk afstemmen en de opbouw bewaken. Twijfel je over de diagnose, ga dan langs je huisarts. Dit advies vervangt geen persoonlijk consult.

Welke hulpmiddelen ondersteunen je herstel?
Naast de oefeningen kun je je onderarm wat extra verlichting geven. De spierbuik van je strekspieren, een stukje onder de elleboog, is vaak gespannen en stijf bij een tennisarm.
Een massage gun kan die spanning in de onderarmspieren rustig losmaken. Houd het apparaat dan op de spierbuik zelf en niet direct op het pijnlijke botpunt of de pees aan de buitenkant van je elleboog. Wil je begrijpen welke spier je precies masseert, lees dan over de musculus brachioradialis, een van de belangrijkste spieren in je onderarm.
Voor het opbouwen van kracht is een aanpasbare onderarmtrainer handig, omdat je de weerstand stap voor stap kunt verhogen. Ook een handmassage-apparaat met warmte kan prettig zijn om je onderarm voor het oefenen wat losser en warmer te maken.
Veelgestelde vragen over tennisarm rekoefeningen
Hoe lang duurt een tennisarm?
Bij 8 van de 10 mensen is een tennisarm binnen een half jaar over. Bij sommigen duurt het een paar maanden, bij anderen een jaar of langer. Je arm blijven overbelasten of eerdere episodes verlengen het herstel. De oefeningen helpen je arm geleidelijk weer aan belasting te wennen.
Mag je doorgaan met sporten en bewegen bij een tennisarm?
Je mag je arm normaal blijven gebruiken, milde pijn is daarbij geen probleem. Verminder wel tijdelijk de zware of pijnlijke bewegingen en wissel taken af. Volledig stilhouden is niet nodig en vertraagt het herstel vaak juist. Luister naar je arm: scherpe pijn is een teken om een stap terug te doen.
Wat is het verschil tussen een tennisarm en een golferselleboog?
Een tennisarm zit aan de buitenkant van de elleboog en betreft de strekspieren van je pols. Een golferselleboog zit aan de binnenkant en betreft de buigspieren. De aanpak met rekken en rustig opbouwen van kracht is vergelijkbaar, alleen rek en train je telkens de andere spiergroep.
Helpt masseren bij een tennisarm?
Masseren van de gespannen onderarmspieren kan de stijfheid en spanning rond de spierbuik verlichten en daardoor prettig aanvoelen. Houd druk weg bij het pijnlijke botpunt en de pees zelf. Zie massage als ondersteuning naast je oefeningen, niet als vervanging ervan.
Hoe vaak moet je de oefeningen doen?
Ongeveer 3 keer per week, met 24 tot 48 uur rust tussen de sessies, 2 sets van 10 per krachtoefening. Werk langzaam en gecontroleerd en blijf net onder je pijngrens. Bouw de belasting pas op als de pijn 24 uur later niet is verergerd.
Boy Nijland combineert meer dan tien jaar ervaring in sport, voeding en gezondheid met een kritische blik op informatie. Hij baseert zijn artikelen altijd op wetenschappelijk onderbouwde bronnen en heeft inmiddels zoveel boeken doorgenomen, dat dit gelijk zou staan aan meerdere relevante opleidingen. Hij deelt zijn kennis om anderen te inspireren en te ondersteunen bij het verbeteren van hun gezondheid. Voor vragen kun je hem bereiken op info@bluerecovery.nl.





